Kort verhaal over kindermishandeling. Afschuwelijk dat het nog steeds kan gebeuren dat kinderen in een kast opgesloten worden! 'Mijn broertje Olivier'

Mijn broertje Olivier

Het is aarde donker. Zachtjes wrijf ik over de zere plekken op mijn armen.
Waarom toch? Wat heb ik verkeerd gedaan?
Voorzichtig probeer ik me om te draaien in de krappe ruimte. Hoe lang zou ik hier al zitten en hoe lang duurt het nog? De tranen op mijn wangen zijn opgedroogd en de plas die ik moest laten lopen voel ik al niet meer.
Beneden hoor ik haar nog steeds razen tegen mijn twee jaar jongere broertje Olivier.
Als ik bijna in slaap val, wat haast onmogelijk is in deze houding, schrik ik wakker van de krakende trap. Ze komt er aan!
Al mijn spieren verkrampen en ik knijp mijn ogen dicht. Na wat gerommel aan het slot, gaat met een zwaai de deur van de trapkast open.
‘Zo jij rotjoch! Kom jij er maar eens uit’. Met haar hand, met de akelig lange nagels wil dat pleegmens me grijpen en ik deins achteruit.

Gillend als dat kleine kind van toen, schiet ik overeind in bed. Het zweet gutst van mijn lijf. Drie uur zegt de wekker. Naast me ligt mijn vrouw Dorien luid te snurken en gaat daar onverstoorbaar mee door.
Het was een nachtmerrie, zoals bijna elke avond.
Dorien is er ondertussen wel aan gewend geraakt. Bijna elke avond komt dat mens van vroeger weer terug in mijn dromen. Ziek ben ik er van.
Als mijn ademhaling weer tot rust is gekomen, kruip ik tegen Dorien aan op zoek naar een beetje troost. Wachtend tot de slaap me weer te pakken heeft.

Olivier heeft straf gekregen, waarvoor weet ik niet en hij waarschijnlijk ook niet.
Hij staat nu al een uur in de koude regen in zijn hemd en onderbroek. Ik probeer niet naar buiten te kijken, me er niet mee te bemoeien, anders ben ik aan de beurt.
Ik speel wel met de lego, maar van binnen huil ik en ben ik bij Olivier. Hij is nog zo klein.
Ze schopt mijn bouwwerk kapot, maar zonder iets te zeggen raap ik de boel weer bij elkaar en begin opnieuw. Daar wordt ze alleen maar nog bozer van. Ik snap er niets van, maar veel tijd om er over na te denken krijg ik niet. Voor ik het in de gaten heb hang ik aan mijn oor te bungelen en prikken haar gore lange nagels me in mijn vel. Aan mijn oor word ik naar boven gesleurd.
‘Jij denkt dat je het altijd beter weet hé snotjong! Ga uit mijn ogen! Naar je bed!’
Met een klap kom ik neer op de grond van de slaapkamer en de deur wordt dicht gesmeten.
Veel later, ik weet niet hoeveel maar het is al donker, schrik ik wakker omdat er plotseling een koude stroom lucht onder mijn dekens doorkruipt.
Het is Olivier. Een natte en verkleumde Olivier die naast me onder de dekens kruipt.
Ik sla mijn arm om hem heen en knip het nachtlampje aan. Zijn ogen kijken me met zo’n intense pijn en verdriet aan. Er gaat een rilling door me heen, gevolgd door een pijnscheut van verdriet. Mijn schuldgevoel raakt me zo keihard, dat mijn maag ervan omdraait.

Met een schok ben ik weer wakker, terug in mijn eigen bed, naast Dorien.
Even knippert Dorien met haar ogen en fluistert zuchtend, ‘ga toch slapen’.
Ja slapen, kon ik maar gewoon gaan slapen, de nacht duurt nog zo lang.
Ik durf allang niet meer gewoon te slapen. Mijn nachten zijn al zo lang zo beangstigend, dat ik het liefst nooit meer zou slapen. De sterren staan nog volop te schitteren aan de hemel, maar voor mij is het een pikdonkere nacht en mag het al weer ochtend worden. Vier uur, er lijkt weer geen eind aan te komen. Maar uiteindelijk stelt de geur van Dorien me gerust , zodat ik weer langzaam weg kan glijden in die onrustige slaap.

Olivier ligt niet meer naast me. De plek waar hij heeft gelegen is nog nat van de regen, maar Olivier is er niet meer. Nergens in huis kan ik Olivier vinden.
Mijn hart begint sneller te kloppen en ik ben op mijn hoede. Wat heeft ze met Olivier gedaan! Ik durf het haar niet te vragen.
’s Avonds nadat ik een bord eten toegeschoven heb gekregen, krijg ik als toetje de mededeling dat Olivier weg is en niet meer terug komt.
Nee! Dat kan niet, dat mag niet, Olivier is mijn broertje!
Ik durf niets te zeggen, alleen de tranen kan ik niet tegenhouden.
‘Huilen! Jij huilen! Ik zou moeten huilen’ en ze slaat me zo hard dat mijn gezicht in mijn bord beland.
‘Ga je wassen, stuk ongedierte!’ Als een machine was ik mijn gezicht en daarna rol ik me op als een bolletje in mijn bed. Nooit meer wil ik uit mijn bed komen.
Waar is hij? Wat moet ik nu zonder Olivier. Wie zal hem nu beschermen. Of leeft hij niet meer. Misschien heeft ze hem wel doodgeslagen, vermoord!

Dit keer word ik huilend wakker van Dorien die mij zachtjes in haar armen wiegt.
Het is fijn, maar ik schaam me ook. Een grote kerel huilend als een kind in de schoot van zijn vrouw. Huilend om Olivier. Weer voel ik dezelfde leegte als toen en er gaat geen dag voorbij, dat ik niet aan hem denk. Nooit heb ik meer iets van hem gehoord. Ik heb gezocht, maar niet gevonden.
Zonder iets te zeggen blijft ze me een poosje zo wiegen.
Wat voor een mens ben ik toch, gebroken, beschadigd, niets meer waard. Geen vrouw waard. Maar Dorien blijft me stevig vast houden.
De minuten tikken door op de wekker. De slaap heeft me bijna weer te pakken. De hel van deze nacht is nog steeds niet voorbij.

Steeds dieper kruip ik onder de dekens als ik haar de trap op hoor stampen. Maar ik wil niet meer naar school, ik wil niet meer leven.
Met een zwaai gaat de slaapkamerdeur open. Zonder iets te zeggen grijpt ze me bij mijn haren en sleurt me het bed uit. Gillend van de pijn rol ik achter haar aan de trap af.
Onder aan de trap blijft ze staan. Met de plukken haar met huid en al in haar gore handen. Even lijkt ze er van te schrikken, maar dat was misschien mijn fantasie, want al snel begint het schreeuwen.
‘Je denkt toch niet dat je als een lui varken in je bed kan blijven liggen! En ik zeker gezeik krijgen met school! Opsodemieteren!’
Ze slaat de voordeur achter me dicht.
Mijn hoofd bloed. Kleine straaltjes bloed druppelen op mijn pyjama. Ik durf de school niet in en sta buiten voor het raam te kijken. Niemand die me ziet, niemand die me mist.
Ik hoor er niet bij. Ik hoor bij niemand.

Weer wakker wrijf ik over de kale plekken met littekens op mij hoofd. Mijn leven vol littekens. Hoe heeft het kunnen gebeuren dat ik bij dat vreselijke mens moest blijven wonen. Waarom heeft niemand een hand uitgestoken, waarom was ik zo alleen.
Dorien kruipt in haar slaap dichter tegen me aan en bedekt mijn littekens.
Die verdomde nachtmerries. Ik wil rust. Wegvallen in een diepe vergetende slaap.
Als ik me omdraai, weg van de dromen, voel ik mijn ogen weer zwaar worden.

Het lijkt een gewone dag net als andere, alleen is het mijn verjaardag. Ze zal niet eens weten dat het mijn verjaardag is.
De laatste tijd is het rustig. Ik denk dat ze bang voor me is. Ik ben te groot en te sterk geworden.
Al de hele week word ik gevuld met een gemengd gevoel van onbestemde angst en spanning en een vreemd soort rust. Nu ik oud genoeg ben, kan ze me niets meer maken.
Ik blijf geen minuut langer meer in deze hel. Ik vertrek.
Lange tijd, ik weet niet hoeveel weken, zwerf ik door verschillende dorpen en steden om maar zo ver mogelijk bij haar vandaan te komen. Af en toe slaap ik kort in een parkje, eet uit een prullenbak, maar ik moet verder, ver weg van haar.
De laatste dag van mijn zwerven word ik gewekt door een aardig uitziende oude man.
Zijn weiland met paarden was mijn slaapplek die nacht.
Met zijn ruwe maar vriendelijke werkhanden trekt hij me omhoog en laat me niet meer los. ‘Hoe heet je jongeman?’ Met mijn ogen knipperend tegen het felle zonlicht vliegen gedachten razendsnel door mijn hoofd. Zonder aarzelen noem ik een naam die mijzelf verrast en vanaf dat moment lijkt het of de deur van een nieuw leven een klein beetje open gaat. Hij neemt me op en zegt dan: ‘Volgens mij kun jij wel een goede boterham gebruiken!’

De zon schijnt door een kiertje van het gordijn. De donkere nacht is voorbij. De deur van mij leven staat nog steeds op een kier. Maar slechts een kier geeft al zoveel meer licht. Dorien komt de slaapkamer binnen. ‘Olivier, ben je wakker? ‘
Oliver, mijn broertje, ik zal je nooit, maar dan ook nooit vergeten.

Links:
Veilig thuis
Stop Huiselijk Geweld
Advies en Meldpunt Kindermishandeling

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

2 thoughts on “Mijn broertje Olivier

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *