De kunst van het verdragen

Vanmorgen reed ik wat dromerig, as always, op de fiets naar mijn werk. Het zou droog zijn, maar de miezerige regen zorgde toch voor aardig wat nattigheid. Dus maar even gestopt om mijn über charmante kanariegele regenponcho aan te trekken. Inmiddels ben ik toch wel zo wijs (of zo je wilt verwaarlozend) dat het me echt niet meer boeit hoe dat er uit ziet. Halverwege mijn 30 minuten durende rit werd ik uit mijn dromerij verstoord. Bijna bij het stoplicht aangekomen, kwam er een mama (zo geïnterpreteerd) met een enorme bakfiets (die tegenwoordig iedereen moet hebben om een beetje mama te zijn) van links. Ze had de vaart er goed in, maar ze moest overduidelijk dezelfde kant op als ik en dus ook door het groene licht heen. Dus met onverminderde vaart buffelde ik door, in mijn zweterige kanariepakje, tot ik tot mijn verbazing ineens ontdekte dat ze van plan was om me vol in de flanken te rijden!
‘Er staan toch niet voor niets haaientanden!’ Snauwde ze me toe. Sprakeloos liet ik me afsnijden en zag haar aan de overkant op de stoep verder scheuren, wat dan kennelijk ineens niet zo’n belangrijke verkeersregel was.

Noem me maar raar, of misschien herken je het wel, maar vervolgens ben ik de tweede helft van mijn rit vooral bezig geweest met het waarom? Met kloppend hart van de adrenaline en een semi-rotgevoel en daarmee mezelf ook weer afvragend waarom ik het niet los kan laten. Gedachten als dat ze die haaientanden ergens moet stoppen waar het donker is, blijven komen. De oorzaak van dit rotgevoel ligt ongetwijfeld ergens vast  in mij DNA of ergens in een verre herinnering, maar op dat moment vond ik het vooral gewoon een rotstreek, die ik nooit meer recht kan zetten, omdat ik het chagrijnige mens waarschijnlijk nooit meer zal zien.

Emoties zijn ergens goed voor, eens. Angst is handig als je tegenover een beer staat en boosheid komt best van pas om niet over je grenzen heen te laten lopen. Alleen betreft het hier de adequate emoties. Is dit nu wel zo adequaat? Achter haar aan racen en verhaal gaan halen was misschien totaal inadequaat geweest, maar het heeft ook weinig zin om me hier nog mee bezig te houden. Het is alleen helaas niet echt een vrije keus…

Rest me niets anders dan het gevoel maar te verdragen… En daar help ik mezelf graag een beetje mee: Ze zal wel een rot dag hebben. Of misschien zit ze net in de moppermodus met haar kinderen in die bak. Ongesteld? Of misschien heeft ze nu zelf een soortgelijk rotgevoel als ik. Maar het meeste helpt het om te denken dat ze vast jaloers is geweest op mijn gele kanariepakje!

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

1 thought on “De kunst van het verdragen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *