Categorie archief: Wedstrijd

Donkere dag

Mijn trotse en lieve man, die zo graag zorgt voor zijn geliefden en ze wil behoeden voor leed en onrecht. Gebroken. Vandaag laat ik voor jou de gordijnen dicht. Jij kunt het daglicht niet verdragen, vandaag niet. Na alles wat er gebeurd is, wordt het uiteindelijk te veel voor een eenvoudig mens om te dragen. Je dacht te kiezen voor je gezin, voor een beter leven. Waren we nu maar thuis gebleven. Al weten we allebei dat we dan de dood hadden gevonden. Hadden we geen kinderen gehad, dan was de dood een reële optie geweest. Maar onze kinderen verdienen leven, een toekomst. Ja, gelukkig leven we in Nederland in vrijheid en in vrede. Maar vandaag is het een donkere dag.

Vooral jij was niet veilig meer in ons land. Omdat we niet veel geld hadden moest je alleen vluchten. Zo gauw als het kon zouden we naar je toe komen. Twaalf jaren lang heb je vanuit Nederland gestreden om je gezin, jij, ik en drie van onze kinderen, weer bij elkaar te krijgen. Al zal ons gezin nooit meer helemaal compleet worden. Onze Nadir werd gedood in een bombardement. Mijn kleine lieve Nadir, weggerukt uit ons leven. Bommen die ons kleintje niet had verdiend. Net als al onze familieleden, vrienden en kennissen, die we hebben verloren in deze zinloze oorlog, het niet hadden verdiend.

Helemaal alleen in Nederland moest jij die strijd leveren. Nederland, land van papieren en regels. Stroperige procedures en fouten. De ene belemmering na de andere heb je overwonnen.
Jij moest werken, met alle pijn en verdriet van het verleden met je meedragend. Ik was analfabeet, maar moest de Nederlandse taal leren. Van een afstand hielp jij mij daarbij.
We zijn we er nu.
Weg van onze familie, weg van het dorp met onze geliefde bergen. Ons vaderland voor altijd achtergelaten.

Behalve Omeed, onze oudste. Hij werd bij de grens opgepakt en gevangen genomen. Zestien jaar, een volwassen man in Afghanistan. Om je gezin in Nederland te krijgen heb je geld nodig. Veel geld. Omeed werd vrijgelaten en zwerft nu alleen in Afghanistan. We willen onze zoon terug! Nog meer geld. Schulden die ons boven het hoofd groeien. Met een zwaar gevoel in mijn benen loop ik naar de gang en zet de knop om van het witte kastje in de meterkast. Het heeft toch geen zin. De telefoon, internet, televisie – alles gaat uit. Je slaakt een zucht.
Nu is het echt donker.
Je lijkt kalm en beheerst, maar ik weet dat er van binnen een storm raast.

Mijn rots in de branding heeft geen werk meer. Geen werk, geen geld. Nog meer schulden. Je hebt geen kracht meer. We missen twee van onze vier kinderen en we kunnen de huur allang niet meer betalen. Morgen worden we in vrijheid en vrede uit ons huis gezet. Maar nu, vandaag, is het alleen maar donker.

(Schrijfwedstrijd ‘Unplugged’ van Schrijven Magazine/Schrijversacademie)

Brief aan Anne, God en onze koning.

NRC

Opdracht: Tot wie wilde u nog altijd het woord richten, in bewondering of afgrijzen? In uw brief moet u zich richten tot een bekend persoon, dood of levend, Nederlands of niet.


Beste Anne,

Wat moet ik vaak aan je denken. Als kind al hield het me bezig. Waarom jij? Totale willekeur is het enige antwoord wat ik hierop kan vinden. Denkend aan alles wat je hebt meegemaakt en wat een horror dat voor je geweest moet zijn. Je was niet eens een bijzonder meisje. Niet beroemd, berucht of opvallend. Niet speciaal mooi. Maar een meisje net als ik vroeger was. Jij hield ook van schrijven, net als ik. Met een eenvoudige oprechtheid zoals past bij een tiener. Je woonde in Amsterdam. Ging naar school en had vriendinnen. Je had dromen en passies. Volgens mij zal niemand ooit goed kunnen begrijpen waar mensen zoveel haat vandaan kunnen halen om zo’n onschuldige meid zoals jij en met jou vele onschuldige anderen, zoiets aan te kunnen doen. Jij verdiende een normaal leven met je eigen schone pijnen ervan: het hebben van een gebroken hart, verdriet en ander verlies wat er bij hoort. Jij verdiende opgroeien en volwassen worden. Genieten en feesten, de liefde ervaren en misschien een gezin stichten. Waardevol leven. Niemand zal ooit kunnen begrijpen, kunnen voelen hoe het voor je was toen jouw leven verscheurd werd. Mijn God wat moet er door je heen gegaan zijn op al die verschrikkelijke momenten. De vreselijke angst, de eenzaamheid, de ellende, de vernedering. Alleen er aan denken doet me al ellendig voelen. Je waande je lange tijd veilig in het Achterhuis, maar na de hel van het kamp, moest het bruut eindigen in een vernietigingskamp. Een soort plaatsvervangende schaamte, namens de latere generaties, bekruipt me over het feit dat de geschiedenis zich soms toch lijkt te herhalen. Net op een andere manier, op kleine of grote schaal, in een andere landen, maar toch hetzelfde. Kan er zo weinig aan doen. Mijn woorden hebben niet genoeg kracht. Het lijkt er zo vaak op dat de mens niet leerbaar is. Maar toch blijf ik hopen. Lieve Anne, ik wil je zo graag laten weten wat jij met je schrijven toch nog hebt kunnen betekenen voor de wereld. Hoe ironisch dat je dat niet hebt mee mogen maken. Maar jouw stem is wereldwijd te horen en ik hoop dat het voor altijd na blijft galmen.


Geachte Majesteit Koning Willem-Alexander, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,

Als burger zou ik graag willen begrijpen hoe het is om een functie zoals de uwe te bekleden. Hoe het is om z’n enorm lange aanhef te hebben. Natuurlijk is er zoveel geschreven, met foto’s vastgelegd en op televisie te zien. Alleen kruipt het niet persoonlijk in de huid van een koning. U bent geboren als prins, zonder dat u hier voor gekozen hebt. Het eten met een gouden paplepel lijkt me niet eenvoudig. Het is geen sprookje, tenminste niet in mijn ogen. Uw leven ligt op straat. U wordt bekritiseerd en er wordt voor u gedacht door de gehele bevolking en ook ver over deze grenzen. Daarmee bent u bijna gelijk gesteld met elke beroemdheid. Maar er zullen er maar weinig zijn die u ook écht kennen. Waar wordt u werkelijk warm van, waarin zit uw verdriet. Had u koning willen zijn als u de keus had gehad? Had u dezelfde keus gemaakt als u een andere referentiekader had gehad? Is het uberhaupt mogelijk om vanuit dit kader werkelijk te kunnen begrijpen hoe het zou zijn om geen koning te zijn. Gewoon Marco of Jeroen Smit te heten of zo en zaterdag naar de voetbal gaan en daarna dronken worden aan de bar. Of zaterdag met de kinderen naar de kinderboerderij, zonder achtervolgd te worden. Uw positie is te gebruiken om grootse dingen te bereiken. Goed te doen en daadwerkeijk dingen te veranderen die er toe doen. Maar is het ooit genoeg? Of als het niet lukt? Misschien is het wel een loodzware last die op u rust die u liever aan een ander zou overdragen. Bij mij thuis valt het helemaal niet op in de wereld als ik eens een keer nee zeg aan de deur tegen een collectant. Uiteraard zijn dit vragen die niet te beantwoorden zijn. En het beantwoorden van deze vragen zou in strijd zijn met mijn wens voor u voor het hebben van uw eigen leven, met eigen keuzes. Maar graag zou ik met u aan de keukentafel met een kopje thee een boom opzetten over mijn leven en over uw leven. Gewoon om de persoon die ‘onze’ koning is, écht te leren kennen. Bij deze bent u uitgenodigd.


God,

Lange tijd heb ik je niet gesproken, dus werd het tijd om een brief te schrijven. Vergeef me mijn tutoyeren, maar dat gaat voor mij als vanzelf als ik het over zulke persoonlijke dingen heb. Er is zoveel wat ik niet begrijp. Lange tijd heb ik geprobeerd het naast me neer te leggen en gedaan alsof het me niets kon schelen, maar regelmatig spelen steeds dezelfde vragen weer op. Misschien kun je me er bij helpen om antwoorden te vinden op deze vragen. De hele wereld worstelt zo met van alles en nog wat, dat wat verheldering wel fijn zou zijn. Uiteraard vraag ik dit uit naam van mijn persoon. Voor de rest van de wereld kan ik niet spreken. Bijvoorbeeld de verschillende goden en godsdiensten zijn me wel erg verwarrend. Het is daarmee een beetje onduidelijk geworden hoe we de boel hier op aarde nu moeten regelen. De gevolgen hiervan zijn groot. Het maakt me niet uit hoe ik je moeten noemen, Kees of Karel vind ik ook goed, maar wat is nu precies de bedoeling. Hoe moet ik leven als ik het goed wil doen en wat vertel ik anderen? Een andere moeilijkheid hier beneden (als je tenminste boven bent) is het verdriet, de ellende en pijn. Oorlogen, ruzies en natuurrampen. Het is zoveel. Zo overweldigend veel dat het niet te bevatten is. Maar ik vermoed dat dat verder welbekend is en ik hier niet over hoef uit te wijden. Maar het waarom is me zo onduidelijk. Je zou toch denken dat dat anders moet kunnen. Het is niet zo dat ik je daarvan de schuld geef, maar ik voel me zo niet geholpen. Mensen doen het elkaar aan, maar ik mis de leider. Alleen geloven dat er een leider is, lijkt niet genoeg, want ondertussen wordt het zo’n zooitje. Heeft het dan nog wel zin om contact te houden? En als ik nu dood ga wat dan, houdt het dan op? Of wordt het dan pas echt interessant. Nu lijkt me het doodgaan toch niet het meest plezierige wat mij en hen die mij liefhebben kan overkomen. Waarom mag ik dat dan nu nog niet weten? Het zou het zoveel makkelijker maken. Zou je me alsjeblieft terug willen schrijven om me even met dit alles op weg te helpen?