Categorie archief: Korte verhalen

Korte verhalen uit het leven gegrepen of uit de duim gezogen. Herkenbaar, aangrijpend of grappig. Met een boodschap die iedereen mag horen!

piedro, prada, mode, mode-industrie

Piedro of Prada?

Eerlijkheidshalve moet ik bekennen dat ik een paar jaar geleden nog nooit van Prada had gehoord. Tot de duivel het ging dragen, had het wat mij betreft ook een rivier in Rusland kunnen zijn.

Helaas ben ik gezegend met de erfenis van een stel waardeloze voeten. (Bedankt pap!). Buiten dat vraag ik me af of ik er de zelfopoffering voor over heb om schoenen te dragen die gewoon niet comfortabel zitten. Oké, als kind waren de gehate, rood met witte Piedro’s, ‘omdat het zo goed voor mijn voeten was’, ook niet echt een feestje. Gelukkig is er tegenwoordig een ruime keus aan schoenen die lekker zitten en je niet direct als buitenaards wezen definiëren. Alleen echt hip en vrouwelijk lijkt er bij ‘lekker zitten’, niet bij te horen.

Volgens mij draait de hele mode-industrie op het motto: wie mooi wil zijn, moet pijn lijden. Bloesjes en blazers waar je gevangen in zit, rokjes en jurken waar niet mee te zitten is, laat staan te fietsen, BH’s die nooit lekker mogen zitten. Het kriebelt, irriteert en laat striemen achter en vrij bewegen lijkt ondergeschikt. En de schoenen… Ja die schoenen, die ‘Prada’s’, zijn helemaal een ramp. Het lijkt wel of het er op lopen niet het doel is van de vrouwelijke schoen!

Piedro of Prada? Uitstraling boven comfort verkiezen.

Toch zijn er dagen dat ik verlang naar het meer vrouwelijk tevoorschijn komen. Dan haal ik de deftige schoenen van stal en trek ik kleding aan waarbij ik niet kan wachten tot het weer uit mag. Het lukt me best om hier een paar uurtjes mee te flaneren. Dat is dan natuurlijk geen Prada, want dat wil ik me niet kunnen veroorloven. Zeker niet voor die ene dag in het jaar. Misschien is dat wel de geweldige combinatie van uitstraling en comfort. Daar zal ik dan nooit achter komen. Die prijs wil ik er niet voor betalen.

Het gras lijkt altijd groener, maar er zijn echt vrouwen die altijd alles in de plooi hebben en door een ringetje te halen zijn. Naast kleding  hebben ze een kapsel met elk haartje op zijn plek en make-up als uit een tijdschrift gestapt. Over het algemeen ‘doe’ ik haar en make-up maar één keer per dag. Niet uit principe, maar gewoon omdat ik er alleen op dat moment voor de spiegel aan denk. Soms komt er wel een klein beetje jaloezie op, maar over het algemeen denk ik vol medelijden aan hoe oncomfortabel deze vrouw zich moeten voelen. Gelijk sta ik weer vierkant achter mijn keuze comfortabel te willen leven. Want het is een keuze. Zeker als ik na een paar uurtjes flaneren weer met mijn neus op de knellende feiten wordt gedrukt.
Daarbij telt de reactie van mijn dochter ook zwaar: ‘Meid wat zou je er van vinden als mama er zo uit zou zien?’ Daarbij knik ik op het winkelpleintje naar een dame met een strak lijf met een even strak jurkje, waaronder lange gebruinde benen rondtippelen op zwarte über hoge hakken. Zonder twijfel en pardon zegt ze: ‘Ik zou me dood schamen!’

Ondanks dat, zeg ik tegen de mode-industrie: graag vrouwelijkheid met comfort! Dan zou ik er vaker voor kiezen om te flaneren!

 

Wil je op de hoogte gehouden worden van mijn schrijfsels? Schrijf je dan in voor nieuwsbrief:

Topkwaliteiten, kwaliteiten

Topkwaliteiten

Hoe geweldig zou het zijn als ik dezelfde topkwaliteiten had als een goede zanger of zangeres. Ik kan wel zingen hoor, alleen niet mooi, helaas. Of een top sporter.
Ergens heel erg goed in zijn, beter dan de anderen. Opvallen omdat je een kwaliteit hebt. Het is heel goed te relativeren dat roem hebben en aan de top staan ook niet alles is. Natuurlijk. Herkent worden op straat, geen privé meer hebben, altijd waar moeten maken dat je de beste bent…
Maar dromen we allemaal niet soms over ergens excellent in te kunnen presteren?
Ergens gepassioneerd voor kunnen gaan en dan ook nog het gewenste resultaat bereiken. Het lijkt maar voor weinigen weggelegd.

Dat er een boek op de plank ligt met mijn naam er op, maakt me nog geen schrijver. Tenminste, nergens in de buurt van Paul van Loon, J.K. Rowling of Carry Slee, om er maar een paar te noemen. Toch kan ik daar stiekem wel van dromen. Uiteraard zonder het geloof dat deze droom ooit werkelijkheid zal worden. Simpelweg om de eenvoudige reden dat ik niet zó goed ben.

Als hulpverlener durf ik me na jarenlange ervaring goed te noemen. Maar dan ben ik er weer niet zo één die alle vakliteratuur bijhoudt, tijd heeft voor bijscholing en staat te dringen bij het opgeven voor symposia.

Wat nou topkwaliteiten! Nergens ben ik zó goed in. Ken je dat?

Al vanaf de lagere school ben ik ‘gewoontjes’, gemiddeld, zeg maar, in alles. Geen uitblinker in gym of rekenen. Niet te braaf en beslist ook geen raddraaier. Rete saai dus!

Als ik kijk naar andere mensen, ontdek ik wel allerlei excellente kwaliteiten. Kwaliteiten waarvan ik vind dat ik ook daar niet aan kan tippen. Iedereen met zijn eigen rol in de maatschappij, in een groep of gezin. Bij de buren is het gras altijd groener en het zal ook wel met zoiets als zelfvertrouwen te maken hebben.
Van alles wat ik zie kan ik ook wel het één en ander, maar van alles maar een beetje, of met een beetje meer. Een beetje tekenen, een beetje schrijven, een beetje koken, een beetje zus en een beetje zo.

Daarom heb ik besloten dat mijn kwaliteit is dat ik van alles en beetje kan! Dat ben ik best content mee en daar gaat het toch om? Hoe fijn is het om overal in mee te komen, veel verschillende ‘feel-good’ momentjes te hebben en overal een beetje waardering voor te krijgen. Alles bij elkaar maakt het toch een beetje veel. Ik wed dat er heel veel mensen zijn met dezelfde topkwaliteiten als ik!

Stap maar af van het waanidee dat je geen topper bent. Ontdek je toptalenten, want je hebt ze al!

Ze was vermist, maar gisteren is ze weer thuis gekomen. Het was weer groot nieuws hier in het dorp. Was Sanne een gemakkelijke prooi voor de loverboy?

Krater

Alleen al als ik me voorstel hoe het zou zijn als je zestienjarige dochter ineens op een dag niet meer thuis komt, lopen de rillingen over mijn rug.
Een kind nog. Vermist. Een meid zoals alle anderen op die leeftijd, dwars en eigenwijs en toch af en toe kruipt ze bij je op schoot.

Vermist: Haar overkwam het. Bij haar stortte de wereld in, zomaar, willekeurig. Een bom die een grote krater achterliet.

Met diepe groeven op haar gezicht en donkere randen onder haar ogen staat ze voor mij in de rij bij de kassa van de supermarkt.
Iedereen kent haar. Ze stond in de krant en kwam op tv, smekend om een teken van leven van haar vermiste dochter.
Hoe lang is het nu geleden? Ik weet het niet eens meer precies. Vier maanden? Een half jaar? Zij weet waarschijnlijk tot op de minuut te vertellen wanneer haar dochter verdween. Van de ene op de andere dag waarop je trots bent op je kind en je denkt dat je het goed voor elkaar hebt, naar verscheurt door zorgen, paniek en verdriet.
Moeizaam sjokt ze met het winkelwagentje vooruit. Eén voor een pakt ze met grote inspanning de boodschappen uit op de band. Vanuit haar tenen weet ze er een glimlach uit te persen voor het meisje achter de kassa.
Gisteren is ze weer thuis gekomen. De veertienjarige Sanne. Het was weer groot nieuws en het gonsde hier door het dorp. Ik kijk naar de boodschappen. Zou het voor Sanne zijn? Melk, appels. Ze wil haar natuurlijk volstoppen met allerlei gezonde dingen. Een pleister plakken, de krater weer opvullen.
Was Sanne een gemakkelijke prooi voor de loverboy? Geen idee.  Ik ken haar niet echt.

Vermist: Haar kleine meisje, die ze wilde beschermen voor eigenlijk alle vreselijke dingen die er konden gebeuren. Stoten, vallen, pesten, ziektes, liefdesverdriet.

Had ze ooit kunnen bedenken dat ze haar had moeten beschermen tegen internet. Dat ze vermist zou kunnen raken?
Beschermen tegen iemand die geen greintje gevoel en fatsoen heeft. Die haar dochter meenam, ontvoerde, bedreigde en haar de vreselijkste dingen tegen haar wil liet doen.
Ze was verliefd, Sanne. Op iemand die ze in een chatroom of Facebook had leren kennen. Het naïeve ding, stuurde, in haar onschuld en in vertrouwen, pikante foto’s naar haar zogenaamde vriendje. Daar begon voor Sanne de ellende. Van het één kwam het ander en voor ze het wist had ze seks met vreemde mannen en gebruikte ze drugs om het te kunnen verdragen.

Hoe moet ze zich in hemelsnaam voelen. Haar lieve dochter zo beschadigd. Een te diepe krater die het heeft geslagen in het leven van haar gezin.
Voelt ze zich schuldig? Wat had ze kunnen doen? Wat zou jij doen?
De boodschappen gaan in het zelfde tempo weer terug in het wagentje en langzaam sjokt ze naar haar auto.

Websites:
  • Media Opvoeding– website met antwoorden op vragen over mediaopvoeding.
  • HelpWanted– website voor advies met betrekking tot naaktfoto’s van minderjarigen. Bellen kan ook: 071-5162900.
  • Mijn Kind Online– website met meer informatie over kinderen, seks en internet.
  • Ouders Online– website voor contact met andere ouders en tips over (seksuele) opvoeding.
  • YourSafetynet– software om je kinderen online in de gaten te kunnen houden.
  • Qpido– website Seksespecifiek Expertisecentrum van Spirit

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Ik schrijf je een liefdesbrief. Veel te vroeg moet ik je loslaten. Bedankt lieve man, jij was het beste wat een andere man zich wensen kan.

Ons leven samen

Voor het eerst in de lange tijd die we samen zijn schrijf ik je een brief,
een liefdesbrief. In een poging mijn liefde voor jou uit te drukken in woorden. Om je nog één keer te vertellen hoeveel ik van je hou..

Over onze eerste ontmoeting, een dag die ik me als gisteren kan herinneren: Bevrijdingsdag 1956. Je was behoorlijk in de olie, omdat je de hele dag feest had gevierd in Amsterdam.
Met je ingedronken moed durfde je mij uit eten te vragen.
‘Nee, natuurlijk niet!’ zei ik zonder er al te lang over na te denken.
Ik was nog een jonge kerel en erg onzeker in die tijd. Toch had ik me al genoeg op mijn hart laten trappen om niet op de eerste de beste avances in te gaan. Tegenwoordig is het niet eenvoudig om uit de kast te komen en in die tijd leek het mij zelfs onmogelijk.
Tegen de tijd dat het licht begon te worden ging ik met je mee naar huis en ik ben nooit meer weg gegaan.

Bij jou vond ik het leven wat ik begeerde. Het mooiste leven wat een man zich wensen kan.
Eerdere hartbrekende escapades, kortstondige romances en andere relaties, die alleen maar hadden geleid tot die onzekerheid en veel verdriet, waren in één klap vergeten.
Vanaf die dag waren wij één. Geen onzekerheid, geen verdriet meer. Ik was thuis in onze rustige haven. Wetend dat we elkaar nooit zomaar zouden verlaten.

We vierden, genoten en fietsten door het leven.

We deelden de ellende en pijnen. Jij steunde mij in alles. Jij… mijn betrouwbare, grappige en passievolle minnaar.
We hebben ons omringt met familie en lieve vrienden. Onze kinderen groeiden gezond op en hebben een goed leven. Een betere vader had ik hen niet kunnen bedenken en wat was het een mooie klus om hen samen met jou groot te brengen.

In al die jaren, gingen er weinig dagen voorbij dat we elkaar niet zagen. Alle keren dat ik uit was zonder jou, was ik blij weer thuis te zijn. Weer in bed tegen je warme lijf aan glijden. Weer te ontdekken dat je het beste bent wat me ooit is overkomen. Nooit konden de verleidingen zo groot zijn, dat ze jou overtroffen. Jij blijft de mooiste, de leukste, de liefste. Mijn alles…

De kinderen kregen onze kleinkinderen. Je volle bruine haren werden dun en grijs. Nu we oud zijn klopt mijn hart nog steeds jong voor jou.
Maar jouw kaars is bijna opgebrand en tot de dood ons scheidt is misschien morgen al. Veel te vroeg moet ik je loslaten.
Desondanks was het een geweldig avontuur. De pijn dat jij mij moet gaan verlaten wordt overschreeuwd door al het moois wat ik van jou heb mogen krijgen.
Mijn lieve lieve man, bedankt voor ons leven samen.

Wedstrijd ‘Elle Liefdesbrief ‘ 1 maart 2016

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Yanti

In een veel te dun jurkje stapt Yanti, met slechts één klein koffertje, onzeker maar vastberaden uit het vliegtuig. Buiten heeft ze haar eerste kennismaking met sneeuw. Weliswaar een dun laagje, maar genoeg om de landingsbanen op lichten.
Gelukkig vloog haar toestel na een lange vertraging wel. Weg van Indonesië, weg van huis. Ze is pas 17 jaar, maar zo klaar met het leven daar.
Het was ‘gewoon’ om al jong regelmatig genomen te worden door oom Ivan. Iedereen wist het en niemand deed wat. Vervolgens gingen de steeds wisselende vriendjes van haar moeder er zonder pardon ook maar over haar heen.
Tot ze Ari ontmoette. In zijn gespierde armen voelde ze zich veilig. Al hield hij er wel meerdere vrouwen op na.

Buiten het vliegveld wacht ze in de kou op haar zus Maran, die ze nu al vijf jaar niet heeft gezien. Haar dunne jas bedekt zich met kleine smeltende sneeuwvlokjes. Is dit de belofte voor een nieuw leven?
De gedachte aan vreselijke kerels geeft haar een afschuwelijk smerig gevoel.
Er kan niet genoeg sneeuw vallen om die gorigheid van haar af te spoelen. Maar het gat in haar hart wordt veroorzaakt door iets heel anders…
Ongewild dringt zich steeds het beeld van de rug van Ari op, in het bed van haar moeder. Samen met de overdreven kreunende kreten van haar moeder die onder Ari vandaan komen.

Met een warme winterjas omhelst en kust Maran haar en trekt haar in de auto. Onderweg rijden ze langs een grote kerk, verlicht door vuurkorven. Gedreven door iets onbekends, roept Yanti: ‘Stop!’
Geschrokken trapt Maran op de rem.
Als betoverd stapt ze uit en loopt naar de vuurkorven, gevangen door de warmte die ze afstralen. Het knisperen van de sneeuw onder haar voeten geeft haar zowaar een blij gevoel!
Yanti heeft helemaal niets met de kerk en het geloof in God heeft ze allang geleden verloren. Maar iets trekt haar. Het zingen komt haar tegemoet. Terwijl ze de dikke jas van Maran stevig dicht trekt loopt ze door. Een nieuw gevoel vult haar.
Binnen wordt ze verwelkomt, alsof ze hier trouwe gast is. Het kaarslicht in de kerk  geeft een sfeervol licht. De geur, de warmte, het gevoel, verdrijft de kilte in haar binnenste. Even… heel even, voelt ze zich bevrijd.

Wedstrijd Heel Nederland schrijft: Wintervertellingen

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Met Vleugeltjes

Dit verhaal diende zich vanmorgen aan op een zilveren presenteer blaadje.
Maandagmorgen, eerste werkdag in 2016.
Op de fiets door de regen met tegenwind, gehuld in mijn charmante kanarie gele regencape. Ik ben aan de late kant en moet stevig doortrappen.
Na ongeveer 20 minuten fietsen zie ik in de verte een man op leeftijd in de regen, met een paraplu waar door de wind niet veel van over is. Hopeloos verzopen probeert hij de aandacht van de passerende fietsers te trekken. Maar die hebben er op deze eerste maandag van het jaar geen zin in.
Eigenlijk kan ik ook niet stoppen, want ja… werk…
Toch stop ik om even om te horen wat hij wil.
‘Winkelcentrum Kayershof, Hallstraat…’ zegt hij en kijkt me met vragende ogen aan.
Nu bevind ik me ongeveer tussen drie verschillende winkelcentra en ik weet nooit hoe ze heten en met straatnamen hoef je al helemaal niet met bij mij aan te komen.
Ik laat mijn hersens kraken, maar zonder resultaat. De man blijft me nog steeds vragend aankijken en probeert mij in gebrekkig Nederlands, met wat andere omschrijvingen, zinloos duidelijk te maken waar hij moet zijn.
Met een heldere ingeving bedenk ik me, dat ik dat op mijn telefoon vast kan vinden. Dus ik pak mijn tas uit de fietstas, trek mijn handschoenen uit en na even grabbelen in mijn Douwe Dabbert tas vind ik mijn telefoon.
De klok tikt door. Ach dan maar te laat, het is maar werk…
Na wat gepuzzel begrijp ik wat mijn telefoon bedoeld en lukt het me de man uit te leggen waar hij naar toe moet. De man helpt me mijn magische plunjezak weer terug te proppen in mijn fietstas, om vervolgens de regen van mijn handschoenen af te slaan met zijn blote natte handen.
‘Waar komt u vandaan?’ Ik dacht, ik maak nog even een praatje, alsof ik alle tijd van de wereld heb. ‘Azerbeidzjan’ zegt hij trots. ‘Ah’ zeg ik ‘Azeri!’ en ik groet hem in zijn eigen taal. Met beide handen schudt hij mijn hand met tranen in zijn ogen.
Blij dat ik gestopt ben, fiets ik met vleugeltjes verder naar mijn werk, waar ik precies op tijd aan kom.

 

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Brief aan mijn dochters

Lieve meiden,

Het gaat snel en voor ik er erg in heb, zijn jullie volwassen. Dan leven jullie je eigen snelle leven.
Als ik jullie alle wijsheid in de wereld over kon dragen om pijnloos door het leven te gaan, dan deed ik dat.
Maar ik kan jullie niet onthouden dat je leert met vallen en op staan…
Vallen omdat je de verkeerde keuzes maakt, of de verkeerde mensen in je leven tegen komt. Of dat je gewoon de ellende die bij het leven hoort tegen komt. Weer opstaan omdat het je sterker maakt en er een nieuwe verbeterde versie van jou ontstaat.
Het hoort er bij..

Maar ik hoop dat ik jullie voldoende bij breng om van jezelf te houden. Dat je mag zijn wie je bent.  Want jullie zijn allebei prachtig, van binnen en van buiten.
Voel geen haat voor anderen, want daar heb je zelf de meeste hinder van. Anderen met een andere visie, cultuur, geaardheid of geloof: accepteer en respecteer hen voor wie zij zijn. Probeer te begrijpen in plaats van bang te zijn.
Ik hoop dat jullie geloven in je eigen kracht, je eigen talenten. Angst en vermijding kunnen overwinnen om te leven en te beleven. De moed om te blijven vertrouwen en te delen.

Zorg daarom En daarin alsjeblieft zo goed voor jezelf en handhaaf je eigen grenzen.
Zet jezelf op nummer één.
Je zult zien dat uiteindelijk iedereen hier veel meer aan heeft.
Vergeet niet de dag te plukken en te leven in het moment. Voorbereid te zijn op de toekomst waar mogelijk, met het verleden netjes gestreken en opgevouwen in de kast.

Gelukkig zijn is niet het doel, maar wel het leven waardevol maken!
Net zoals jullie, pap, familie, vrienden, werk, onze leuke dingen die we samen doen enzo, mijn leven waardevol maken.

Zo lang ik er bij mag zijn beleef ik het waardevol met jullie mee.
Want we zijn zo rijk meiden.
Ik hou van jullie, altijd!

Liefs mama

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Waarom schrijven…

Wie ben ik tussen de honderd miljard sterrenstelsels waartussen ons melkwegstelsel zich bevindt. Waar ons zonnestelsel slechts als een zandkorreltje is ten opzichte van honderd miljard zandkorrels. Wie ben ik tussen de zeven miljard mensen op de aarde, gelegen in ons zonnestelsel. Zeker als ik stil en geruisloos zou verschijnen en verdwijnen.

Ik wil van me laten horen. Mogelijk wil niemand luisteren en is het ijdele hoop. Een illusie misschien?

Maar toch…

Wat als iemand écht zou luisteren…

Eén klein moment in de oneindigheid van tijd wordt er misschien een andere koers gezet.

Met overgave deel ik haat te laten en lief te hebben. Voor mens, dier, de natuur, voor alles en iedereen. Ras, geloof, geaardheid, kleur of ander verschil, we zijn allemaal in nietigheid gelijk. Gelijk en allemaal verantwoordelijk voor een schone zandkorrel.

Al bereik ik maar één mens. Eén mens kan een zandkorrel worden. Ik blijf dromen van een strand of een woestijn. Dan zal ik een stem tussen de honderd miljard sterrenstelsels zijn.

Wedstrijd Creatief Schrijven vzw: ‘Waarom schrijf jij?’

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

De kunst van het verdragen

Vanmorgen reed ik wat dromerig, as always, op de fiets naar mijn werk. Het zou droog zijn, maar de miezerige regen zorgde toch voor aardig wat nattigheid. Dus maar even gestopt om mijn über charmante kanariegele regenponcho aan te trekken. Inmiddels ben ik toch wel zo wijs (of zo je wilt verwaarlozend) dat het me echt niet meer boeit hoe dat er uit ziet. Halverwege mijn 30 minuten durende rit werd ik uit mijn dromerij verstoord. Bijna bij het stoplicht aangekomen, kwam er een mama (zo geïnterpreteerd) met een enorme bakfiets (die tegenwoordig iedereen moet hebben om een beetje mama te zijn) van links. Ze had de vaart er goed in, maar ze moest overduidelijk dezelfde kant op als ik en dus ook door het groene licht heen. Dus met onverminderde vaart buffelde ik door, in mijn zweterige kanariepakje, tot ik tot mijn verbazing ineens ontdekte dat ze van plan was om me vol in de flanken te rijden!
‘Er staan toch niet voor niets haaientanden!’ Snauwde ze me toe. Sprakeloos liet ik me afsnijden en zag haar aan de overkant op de stoep verder scheuren, wat dan kennelijk ineens niet zo’n belangrijke verkeersregel was.

Noem me maar raar, of misschien herken je het wel, maar vervolgens ben ik de tweede helft van mijn rit vooral bezig geweest met het waarom? Met kloppend hart van de adrenaline en een semi-rotgevoel en daarmee mezelf ook weer afvragend waarom ik het niet los kan laten. Gedachten als dat ze die haaientanden ergens moet stoppen waar het donker is, blijven komen. De oorzaak van dit rotgevoel ligt ongetwijfeld ergens vast  in mij DNA of ergens in een verre herinnering, maar op dat moment vond ik het vooral gewoon een rotstreek, die ik nooit meer recht kan zetten, omdat ik het chagrijnige mens waarschijnlijk nooit meer zal zien.

Emoties zijn ergens goed voor, eens. Angst is handig als je tegenover een beer staat en boosheid komt best van pas om niet over je grenzen heen te laten lopen. Alleen betreft het hier de adequate emoties. Is dit nu wel zo adequaat? Achter haar aan racen en verhaal gaan halen was misschien totaal inadequaat geweest, maar het heeft ook weinig zin om me hier nog mee bezig te houden. Het is alleen helaas niet echt een vrije keus…

Rest me niets anders dan het gevoel maar te verdragen… En daar help ik mezelf graag een beetje mee: Ze zal wel een rot dag hebben. Of misschien zit ze net in de moppermodus met haar kinderen in die bak. Ongesteld? Of misschien heeft ze nu zelf een soortgelijk rotgevoel als ik. Maar het meeste helpt het om te denken dat ze vast jaloers is geweest op mijn gele kanariepakje!

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief:

Warm thuis…

Heel even neem ik de tijd om met mijn ogen dicht de heerlijke kaneeldampen op te snuiven. De verwarming brand goed. Mijn dikke wollen trui kriebelt onder mijn kin, terwijl het ijs op de ramen staat.
Mijn pauze was weer veel te kort. Gewapend met in mijn ene hand de warme thee en in de andere hand mijn lege lunchbox ga ik het tweede deel van mijn werkdag te lijf.
Vlug kijk ik nog even in mijn agenda. Hij staat goed vol. De eerste patiënt zit  al te wachten in de wachtkamer.
‘Goede morgen… eh middag.’ Ik schud hem de hand. ‘Liselotte, praktijkondersteuner huisartsen.’

Mark zie ik vandaag voor het eerst. Hij vertelt over zijn grote liefde, ze was alles voor hem. Maar zij wilde niet meer. Vorige week is ze met pillen er tussenuit gepiept. Zijn onmacht,  woede en intense verdriet vullen de kamer. Wat kan ik voor je doen? Praat maar, ik luister naar je en probeer de juiste dingen te zeggen.

De volgende. Joyce. Komt voor de derde keer. Ze is net bij haar vriend weg en vijf maanden zwanger. De eikel behandelde haar vreselijk en Joyce heeft het zelfvertrouwen van een pinda. Stel je grenzen meid, zorg goed voor jezelf én nu ook voor je kindje!

Henk heeft zo ongeveer alles in zijn leven tegen zitten. Werd vroeger fors mishandeld door zijn vader en een jaar geleden verloor hij zijn vrouw bij een verkeersongeval. In onze gesprekken was hij al zover gekomen met verwerken. Tot hij twee maanden geleden zelf werd getroffen door kanker. Mensen die zo oprecht  positief ingesteld zijn als hij, zie ik zelden. Gelukkig vertelt hij dat de eerste resultaten van chemo en bestraling er goed uit zien.

Mevrouw de Wilde, 73 jaar, vierde gesprek. Ze heeft na wat een dagopname had moeten zijn, een half jaar in het ziekenhuis gelegen. Alles ging fout.  Ze kon zo moeilijk accepteren dat ze nooit meer de oude zou worden. Maar nu heeft ze een date via Internet. ‘Dat helpt wel!’ Zegt ze lachend als een verliefde tiener.

De laatste. Weer een werkende moeder met kleine kinderen, die alle ballen in de lucht blijft houden. Uitgeblust, leeggezogen. Alle prioriteiten bij alles gelegd behalve bij zichzelf. Omdat dit schijnbaar niet anders kan. Het vrouw zijn in de huidige maatschappij is hier niet op ingericht. Maar het kan ook anders, vertel ik haar, net als al die andere vrouwen…

Nadat ik overleg met de huisarts heb gepleegd en de laatste rapportages in de computer heb gezet , sluit ik de computer af. Tijd om uit de emotionele rollercoaster te stappen.
Op de fiets slaat de winterse kou me om mijn oren. De kleine sneeuwvlokjes blijven in mijn wimpers hangen en maken mijn broek zeiknat.
Het is niet ver, maar ver genoeg om mijn vingers van de kou niet meer te voelen.

Even later zit ik met roodgloeiende wangen op de bank met een bont dekentje over mijn koude benen en voeten. Als een kacheltje ligt mijn jongste bovenop me en mijn oudste ratelt enthousiast door over haar belevenissen op school.
Het hele huis ruikt heerlijk naar de appeltaart die ze samen met papa hebben gebakken. Mijn liefste staat al in de pannen te roeren.
Ik ben warm thuis…

Wil je op de hoogte blijven? Schrijf je in voor de nieuwsbrief: