Alle berichten van lschippers

‘Nadim’

Nu te koop bij bol.com & Kobo!

cover-nadimAls aan de grond gespijkerd blijf ik staan. Tom botst met krukken en al tegen me aan. ‘Hé wat heb jij dan?’ Ik kan nog net Anouk vastgrijpen en totaal onverstaanbaar mompel ik ‘Dat is hem!’ Anouk kijkt me vragend aan en volgt mijn blik. Bij het raam in de klas zit ‘de engerd.’ Nog net zo sloeberig als zaterdag. Ik ben me dood geschrokken. Wat moet hij hier? Dit is mijn school. Heeft hij me helemaal tot hier gevolgd? Anouk heeft nu ook in de gaten wat er aan de hand is. ‘Is dat die jongen van zaterdag?’ Ondertussen ben ik van de eerst schrik bekomen ‘Ja, hoe bestaat het!’ Nu ik met Tom en Anouk ben, voel ik me niet bang zoals zaterdag avond. Met mijn handen in mijn zij ga ik voor hem staan. ‘Wat moet jij hier?’

Vlot lopend, ontroerend en romantisch verhaal rondom het actuele thema vluchtelingen, waarbij meiden in de huid van de hoofdpersoon kunnen kruipen wanneer ‘Julia’ verliefd wordt op een Syrische vluchteling.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief!

vluchtelingen

Fragment uit Manuscript ‘Nadim’

Het is stil.
Ik sta midden in de stad, met hordes mensen om me heen, maar het is stil.
In tegenstelling tot mijn binnenkant. Mijn gedachten flitsen in sneltreinvaart met een hoop lawaai door mijn hoofd. Ik wil achter hem aan rennen, hem tegenhouden maar mijn voeten staan als vastgelijmd aan de grond.
Ik kan hem wel wat aandoen, zou hem uit verrot willen schelden, hem willen slaan. Waarom doet hij dit. We hadden het toch goed samen?
Hoe is het mogelijk dat ik mezelf zo voor de gek heb laten houden. Zijn warmte, zijn liefde, zijn romantiek en zijn kussen..
Was het dan allemaal nep?

Het dringt nog niet goed door wat er is gebeurd. Op de automatische piloot fiets ik naar huis. Helemaal verkleumd en verdwaasd kom ik binnen en plof op de bank.
Er is niemand thuis. Ik voel me verlaten en alleen.
Zelfs Daan thuis had ik nu fijn gevonden. Mijn vingers zijn gevoelloos. Mijn hoofd zit vol en mijn tranen beginnen te stromen. Hoe warmer ik word des te pijnlijker het voelt.vluchtelingen

Tegen vieren komt Daan thuis van zijn handbalwedstrijd. Nog steeds zit ik met mijn jas aan op de bank.
‘Eh, alles goed Juul?’
Hij klinkt zelfs een beetje bezorgd.
Mijn tranen zijn even op, maar ik heb er geen woorden voor om Daan te vertellen wat er is gebeurd. Ik haal alleen maar mijn schouders op. ‘Ben je ziek of zo?’ Weer haal ik mijn schouders op en schud tegelijkertijd nee.
‘Moet ik mama even halen?’ Dan rolt er weer een traan over mijn wang.
‘Ik ga mama wel even halen.’

Kennelijk zijn mijn vader en moeder bij de buren of zo want binnen een paar minuten staan mijn moeder en ook mijn vader op de stoep. Daan heeft vast verteld dat ik ziek ben, want direct voelt mijn moeder aan mijn voorhoofd of ik koorts heb.
Ik heb geen zin om te praten. Al zou ik er over willen praten, ik zou het niet kunnen. Mijn keel wordt dichtgeknepen en er komen geen woorden. Daarom laat ik me maar als een zieke behandelen en binnen de kortste keren lig ik in bed met een dampende kop thee naast me. Mijn moeder vindt het heerlijk om me te kunnen vertroetelen en ik laat het maar over me heen komen. Ik ben al blij dat ze het niet af doet als puberteitdrama.
Laat me maar slapen, dan is morgen alles anders. Ik ben doodop, ik kan niet meer. Als ik slaap dan is het net of het niet gebeurd is.
Morgen weer.

Voor mijn gevoel is het midden in de nacht als ik wakker word van de deurbel. Met één oog probeer ik de cijfers op mijn wekker helder te krijgen. 05.37 Jemig. Welke gek staat er op zondag om deze tijd bij ons op de bel te drukken.
En nog een keer. Aan het gestommel op de trap hoor ik dat mijn vader de trap afloopt.
Ik blijf luisteren. Het zijn vast een paar idioten die dronken uit de stad komen en kinderachtig aan het belletje trekken zijn. Maar als hij de deur open doet hoor ik mijn vader zacht praten.
Wie is dat aan de deur? Wat is er aan de hand.
Nu schuifelt mijn moeder van de trap af. De voordeur gaat dicht en mijn vader en moeder gaan met de vroege deurbeller de kamer in.
Kak, de kamerdeur gaat dicht. Nou hoor ik helemaal niks meer. Snel trek ik een trui over mijn pyjama heen en sluip naar beneden. Op de overloop hoor ik het gesnurk van Daan.
Bij hem kun je een bom afschieten naast zijn bed, dan wordt hij nog niet wakker.

Beneden op de gang hoor ik mijn vader en moeder druk in de weer en zachtjes praten.
Ik hoor nog een andere stem. Een bekende stem, maar ik kan het nog niet thuisbrengen. Het lijkt wel of er wordt gehuild.
Dan hoor ik de stem snikkend zeggen: ‘Ik heb er zo spijt van.’
Nou ja zeg! Dat is Nadim! Wat een watje zeg. Een beetje mooi praten bij mijn ouders!
Ik sta al met de deurklink in mijn handen om te protesteren als ik hem verder hoor praten. ‘Ik weet niet meer wat ik moet doen, ik kan niet meer, ik kan zo niet meer.’
Het klinkt zo hartverscheurend dat al mijn boosheid en eerdere verdriet omslaat.
Wat is er toch? Ik moet naar hem toe.
Onder een paar dekens zit een bibberende Nadim. Een eenzame traan loopt over zijn wangen.
Hij ziet er niet uit. Mijn stoere knappe vriend, zit daar in elkaar gedoken op onze bank, niet stoer te zijn, maar intens verdrietig.
Fragment uit Manuscript ‘Nadim’

Als ik dood zou gaan van de kou zou ik niet bellen nachtzuster, maar ik word er alleen maar onverdraaglijk ellendig van.

Nachtzuster

Volgens mij heb ik al ruim twintig minuten geleden op de knop gedrukt.
Het mag niet van de nachtzuster. Niet te vaak.
Maar het moest echt. Mijn voeten zijn ijsblokken en mijn lippen zijn eveneens bevroren.
Mijn hele matras is doorweekt. Er zal wel iets niet goed zitten.

Vorig jaar deed ik mijn eigen boodschappen nog. Nu werkt het allemaal niet meer. Mijn benen, mijn armen…
De hele dag zit ik in mijn rolstoel voor het raam. Te wachten. Te wachten op niets.
Wachten op hulp. Voor een kop koffie, even een half uurtje op een andere plek in de zon.
Als ik iets laat vallen kan ik het niet oppakken, wachten op hulp.
Met dorst of honger, jeuk of pijn, kramp van steeds dezelfde houding, moet ik wachten op hulp.
Ik liet alles lopen, want ik wachtte op hulp. Ik belde maar er kwam niemand.

De mensen die voorbij komen en weer gaan. Kinderen en soms kleinkinderen, verpleging. De meesten zijn lief, maar ik kan niets meer. Zelfs praten gaat me niet gemakkelijk af. Waar zou ik over moeten praten?
Ze kunnen zonder mij. Ik ben alleen maar een waardeloze last.

Daar is de nachtzuster. ‘Zuster ik heb het zo koud en ik ben nat.’
‘Had u niet eerder kunnen bellen dan?’
Ik merk haar ergernis, maar houd me stil als ik haar bezigheden onderga.
‘Moet u nog naar het toilet?’
Ik kijk haar aan, maar durf niets te zeggen. Een zacht knikje is genoeg om haar diep te laten zuchten.
Ik weet dat ze het druk heeft. Ik ben niet de enige. Ze zijn met zijn tweeën voor het hele huis in de nacht.
Maar ik kan het niet helpen. Ik heb er geen invloed op. Ik ben afhankelijk en kan mijzelf niet helpen. Wat moet ik…
Eens had ik wensen, dromen en verlangens. Levenslustig tot het leven mij inhaalde. Nu haal ik alleen nog adem.

Als ik dood zou gaan van de kou zou ik niet bellen, maar ik word er alleen maar onverdraaglijk ellendig van.

Wanneer mag ik beslissen dat het nu wel genoeg is geweest?
Ik ben zo moe. Laat me maar slapen,  ik wil alleen maar slapen.
Echt zuster, dan zal ik niet meer bellen. Ik wil niet meer bellen…
Het pontje zal nooit meer hetzelfde zijn.

Peter Pontje

Bij ons in de stad kende iedereen Peter van het pontje. Dag in dag uit door weer en wind trok Peter zijn pontje van de steiger net buiten de stad naar de stadskade.
Als klein kind al ging ik met Peter mee. Niet omdat het moest, maar voor het avontuur. Want over de brug was ook een weg.
Ongeduldig wachtend op de steiger. Ja, ja, hij vertrekt aan de overkant!
Sneller dan verwacht over de wiebelende loopplank aan boord stappen.
Een kaartje kopen, waarbij Peter altijd weer even vriendelijk knikte. Vooral natuurlijk bij een tip in de fooienpot.
Het beste plekje uitzoeken waar je het beste de hele IJssel langs kon turen.
Je gedachten laten verdwijnen in de golven die de dwars op het water voortgetrokken pont veroorzaakte.

Hij had voor iedereen aandacht en een praatje klaar…

Peter kon vertellen als geen ander. Had voor iedereen aandacht en een praatje klaar. Hij20160709_161332 wist alles over veerponten, varen en de IJssel. En de goede luisteraar kon zijn platte eigengemaakte dialect zelfs verstaan.
Je aandacht werd getrokken naar de peuk die steevast tussen zijn lippen hing en zich wonderbaarlijk tussen het gebabbel door niets van de zwaartekracht aantrok.
Peter hoorde bij de stad. Hij had eigenlijk een lintje moeten krijgen.

Vandaag vaart Peter zelf mee. Er is een andere kapitein op het veer. Hij is vast aardig, maar hij is niet Peter.
Marietje, de vrouw van Peter staat op de kade en houdt hem stevig vast.
Op de kade staan veel te veel mensen. Lang niet iedereen kan mee. Ook aan de andere kant, bij de steiger, staat een menigte te wachten.
Bij het kopen van een kaartje tikt de kapitein niet op zijn pet. Hij draagt niet eens een pet.
Het is gek en stil op de pont. Iedereen mist Peter. Alle ogen zijn op hem gericht, in de armen van Marietje. In het midden van de IJssel neemt Marietje de deksel van de urn en strooit Peter uit, om te verdwijnen in de golven.

Het pontje zal nooit meer hetzelfde zijn.

Schrijfwedstrijd Vereniging voor Voetveren

Jemig, wat ben jij lelijk!

Wat ben jij lelijk!

Wratten, moedervlekken, lange puntneuzen en vette haren. Wat kunnen mensen lelijk zijn. Slechte tanden, puisterige huid en schele ogen. Zo lelijk, dat geen make-over er tegen op gewassen is. Niet dat er geen aandacht aan het uiterlijk wordt besteed, maar gewoon zo geboren. Er is geen redden aan.Jemig, wat ben jij lelijk!

Net als ik ben jij vast ook niet roomser dan de paus en komt er zo af en toe iemand voorbij waar bij je volmondig denkt:

‘Jemig, wat ben jij lelijk!’

Het kan een gedachte uit medelijden zijn of je gruwelt bij de haren uit de puisterige heksen kin. Ik gok erop dat we het allemaal wel eens hebben. Daar waar kinderen nog ongegeneerd kunnen roepen: ‘Mama, wat is die meneer dik zeg!’ en wij het alleen maar denken.

Alleen heb ik lang geleden wat ontdekt over die lelijke mensen. Of liever gezegd, ik heb wat ontdekt over mensen. Misschien wist je het allang, maar voor mij was het een eyeopener.
Hoe meer ik me verdiepte in het verhaal van mensen, hoe mooier ze werden. Als ik hun ellende, hun verdriet en hun passie kende, zag ik door de wratten een mooi mens. Raar maar waar ik heb het niet over innerlijk, ik heb het echt over uiterlijk.

Ineens stoort de puntneus me niet meer en zwarte tanden horen er bij.

Het hoort bij het verhaal, bij het mooie mens. En als het me lukt om door alle zorgen en ellende, door een vlak gezicht en doffe ogen een glimlach op iemands gezicht tevoorschijn te halen, dan is het mooie mens tegenover me helemaal compleet! Die lach van het mooie mens tegenover me geeft me zo’n goed gevoel.

Lach eens om je heen en zorg voor de lach op dat lelijke gezicht, maak contact en je zult zien dat de ander steeds mooier wordt. Lach naar de meneer die zijn hond uit laat of de oude dame die op de bus staat te wachten. Glimlach naar de eigenaar van de toko, de voorbij fietsende student. Lach naar alle kleuren en leeftijden, naar alle wratten en puntneuzen.
Het is een cadeautje voor jezelf, want hoe meer je lacht des te mooier je zelf wordt en let er maar eens op: je voelt je ook beter!

World Smile Day 7 oktober 2016

Week tegen het pesten: ‘Ga ‘ns uit de weg joh! Waarom ben je eigenlijk geboren? Je bent toch nergens goed voor. Hé lelijkerd ik vroeg je wat!’

Pesten: Hou op!

logo‘Hou op! Hou op! hou op!’

Met een zwaar gevoel zie ik iedere minuut wegtikken op de klok boven het bord in de klas. Nog een paar minuten en dan is het tijd. Als de bel is gegaan wil ik zo onopvallend mogelijk mijn jas aan trekken en verdwijnen, opgaan in de drukte. Helaas niet onopvallend genoeg.
‘Ga ‘ns uit de weg joh! Waarom ben je eigenlijk geboren? Je bent toch nergens goed voor.’ zegt Dion met zijn eeuwig grote bek.
Levi en Daan vinden het kennelijk erg grappig en beginnen te duwen en te trekken aan mijn tas.  De knoop in mijn maag trekt zich nog strakker aan en vlug kijk ik de klas in, maar de juf is al verdwenen.
‘Hé lelijkerd ik vroeg je wat!’ zegt Dion terwijl hij aan mijn haren trekt.

‘Kappen nou! Laat me met rust’

Ik graai om me heen om me te verdedigen, maar Levi pakt mijn armen vast terwijl Daan mijn splinternieuwe rugzak afpakt en alles er uit gooit. Ik wil hem stoppen, maar een ruk aan mijn haar en een stomp van Levi houden me tegen.
Daan begint gewoon in mijn rugzak te pissen.

Eenmaal los, zou ik ze door elkaar willen schudden. Met een vuistslag op hun neus, zou ik de botten willen horen kraken.
Daarvoor in de plaats raap ik mijn spullen bij elkaar en verbijt mijn tranen. Gelukkig viel het deze keer wel mee…
Ze roepen nog wat na, maar ik versta het niet meer. Ik hoor alleen maar mijn stem van binnen: ‘Hou op! Hou op! hou op!’

Een grote angst van mij is dat mijn kinderen gepest worden. Hele scenario’s kan ik er bij bedenken op de momenten dat dochter allang is vergeten dat er een dingetje was. Toch word ik zelfs alleen van het schrijven hierover al verdrietig. Mijn angst is niet geheel en al ongegrond. Ik hoop voor alle kinderen en ieder zijn kind dat het hen bespaard blijft.

Dagelijks zie ik mensen die kampen met de gevolgen van pesten. Een verknipt zelfbeeld, geen zelfvertrouwen, geen eigenwaarde. Angstig door het leven gaand en nog veel meer problemen die hun oorsprong vinden in het pesten.
Ik kan niet anders zeggen dan:

‘Hou op! Hou op! hou op!’

www.pestweb.nl
www.weektegenpesten.com
www.pesten.nl
www.stoppestennu.nl

‘Morgen zou je vast in deze wereld wakker willen worden, maar vind je het zelf ook niet een beetje ongeloofwaardig?’

Mijn topper Hugh Grant

Het gefluit van vogeltjes dringt langzaam tot me door.
Top! Net voor de wekker wakker.
Even later vult een mannenstem de slaapkamer: ‘Dit is het NOS Journaal. Goede morgen. In Brussel heeft de wereldtop gisteren een vruchtbare conferentie gehad. Er is besloten om meer input te leveren aan de medische wetenschap en het ondersteunen van de natuur.
De samenvoeging van verschillende geloofsovertuigingen blijkt een succes. Door wederzijds begrip is men er achter gekomen dat de verschillende overtuigingen niet wezenlijk anders zijn. Wederzijds respect doet de rest. Daarom is er meer te besteden aan zinvolle zaken.’

Terwijl de man nog verder vertelt, denk ik glimlachend aan mijn oude overbuurman uit Congo. Gisteren werd hij verwend met een heerlijk geurende avondmaaltijd, verzorgd door zijn Marokkaanse bovenbuurvrouw.
Toen Martha, zijn Joodse schoondochter, de deur open deed keek hij even om het hoekje. Ik zag hem zelfs vanaf de overkant van de straat een traantje wegpinken. Hij is oud en ziek, maar hij heeft een fijne hulp die altijd voor hem klaar staat. Eigenlijk zorgt iedereen voor hem. En verdiend ook, want hij heeft altijd hard gewerkt. Hij hoeft zich gelukkig nergens zorgen om te maken.

Heerlijk die wereld politiek! Af en toe vallen mijn ogen nog even zorgeloos dicht en ik vang wat flarden op van het journaal:

‘In het Nationaal Oorlogsmuseum zijn de bewijsmaterialen opgesteld van een verleden waarin de mensen elkaar daadwerkelijk na het leven hebben gestaan’

En:
‘Laatste mens in hongersnood gevonden: het wordt een uitstervend ras!’

Ik rek me uit en stap uit bed om de kleintjes wakker te maken. Beneden ontdek ik dat mijnbreak-18987_960_720 liefhebbende wederhelft al een heerlijk ontbijtje staat klaar te maken.
Eén voor één druppelen de kinderen aangekleed en wel beneden. Na een dikke knuffel pakken ze hun tasjes in en schuiven aan tafel.
Zelf schiet ik boven in mijn kleren en check mezelf nog even voor de spiegel. Top outfit en strakke bbb! Make-up slaan we een keertje over vandaag. Ik zie er al stralend genoeg uit!

Na een dag fijn werken stap ik ’s avonds moe maar voldaan in bed voor een diepe slaap.
Midden in de nacht, word ik wakker. Op het randje van mijn bed zit mijn topper Hugh Grant en hij zegt met een zucht: ‘Morgen zou je vast in deze wereld wakker willen worden, maar vind je het zelf ook niet een beetje ongeloofwaardig?’

Wedstrijd ‘Heel Nederland schrijft 2016’ Thema: Stel je voor…

Meld je nu aan voor de nieuwsbrief!

Even verderop, is er weinig meer terug te vinden van mijn paradijs. Een onvermijdelijke confrontatie met een zelfkant van het leven.

Paradijs

Palmbomen, witte stranden en blauwe zee.

Het zou me waarschijnlijk weinig moeite kosten om hier langer te verblijven dan alleen een paar schamele dagen vakantie. Een paradijs voorzien van alle gemakken in een ver land met andere mensen en een andere cultuur. Genieten van de zon die hier oneindig lijkt te schijnen en alleen gewenst met een prachtige zonsondergang plaats maakt voor de nacht. Zwemmen in helder water tussen kabbelende golven, bladeren in een tijdschrift, gezellige gesprekken en rozig van een duister drankje…

Even verderop, is er weinig meer terug te vinden van mijn paradijs. Een onvermijdelijke confrontatie met een zelfkant van het leven. Als zwart-wit, hemels paradijs en een donkere wereld naast elkaar.
Ik probeer het te negeren, maar het is zo nadrukkelijk aanwezig.
Aan de andere kant is het niet verkeerd om te beseffen hoe goed ik het heb. Dat ik mag en kan genieten van mijn paradijs. Geen honger en een veilig dak boven mijn hoofd. Met schaamte bedenk ik dat ik toch geen wereldverbeteraar ben. Ik ruil mijn vakantie niet in, om aan het goede doel te schenken.

Honger in het paradijs

Ondertussen, daar verderop, heeft een menigte zich verzameld bij de voedselverstrekking. Verbijsterd volg ik hoe dit waanzinnige drama zich voltrekt.
Hongerig en vechtend of hun leven er van af hangt wordt er onrustig getrokken en geduwd. Er zou bijna een vechtpartij ontstaan als de mensen niet zo gericht waren op het eten.
Het maakt niet uit wat er wordt verstrekt, graaiende handen pakken wat ze pakken kunnen. Iedereen is bang om mis te grijpen. Het eten zal tot op de laatste kruimel weg gegraaid worden.

Gesloten…

Zelf heb ik weinig trek na een flink ontbijt en lekkebutterre snacks tussendoor.
Dan verschijnt het bordje ‘Buffet gesloten’ en druipt ook de laatste hotelgast af naar zijn plekje in het paradijs.
Een geprakt voedsellandschap achterlatend wat eens de mooi opgemaakte trots van de kok was…

Volgens mij is het de kern van alle therapievormen: je moet krabben waar het jeukt! In plaats van voortdurend een irriterend, bijtend gevoel.

Krabben waar het jeukt

Volgens mij is het de kern van alle therapievormen en daarom zijn veel mensen al gewend aan mijn eigen ‘huis-tuin en keuken psychologie’ uitspraak: je moet krabben waar het jeukt!

Wat nou jeuk!

Het lijkt wel een maatschappelijk dingetje dat het leven bestaat uit het je-in-bochten-wringen om alles wat moet, goed te doen en daarbij ook nog alles op de rit willen houden. Huishouden, werken, clubje hier en clubje daar voor de kinderen en voor jezelf, sporten, vrienden en partner tevreden houden. Het is niet te doen! Laat staan af en toe iets leuks doen voor jezelf… Een continue gevoel van geleefd worden, nergens aan toe komen en geen tijd voor ontspanning. Je merkt het al, ik ben een ervaringsdeskundige. Vol bewondering kijkend naar mensen die altijd boordevol energie van alles aanpakken met bij voorkeur vier kinderen, overmatig veel hobby’s, werk en studie allemaal tegelijkertijd. Nou geloof me: het gras is bij de buren altijd groener. In werkelijkheid zal het in de lengte of in de breedte daar ook ergens een keer ploffen.

Het kan ALTIJD anders!

Het probleem is, dat het niet het vlooien van apen betreft. Het ligt een pietsie complexer. Soms moet je er een confrontatie voor aan gaan, iemand kwetsen of jezelf door een moeilijke kwestie heen loodsen. Oftewel krabben waar het ook heel pijnlijk kan zijn! Daarbij lijkt het wel of we blindelings het pad van ‘moeten en dwang’ bewandelen zonder ook maar een moment te bedenken of er misschien ook andere wegen zijn.

Dus toch maar die vergadering of juist dat feest afzeggen omdat je druk bent? Of een keert een blik soep in plaats van koken? Misschien wat minder zorgen voor een ander en zelf wat hulp vragen? Wat vaker nee zeggen? Wat minder moetjes en veel meer leuke dingen! Prioriteren, delegeren en loslaten, zouden vaste agendapunten moeten zijn in je dagelijkse ritueel.

 Krabben waar het jeukt, is de beste therapie!

Mijn oma zei altijd: ‘heb ik hem neergezet om te zingen en nu gaat hij me bijten!’ Als hij niet zingt, dan kun je beter krabben en de jeuk laten verdwijnen in plaats van voortdurend een irriterend, bijtend gevoel. Je hoef het niet alleen te doen. Er is niets leukers dan samen krabben! Waarom moeilijk doen als het (uiteindelijk) ook makkelijk kan? Krabben waar het jeukt is goed voor jezelf zorgen!

Mijn eend

Ik kwam een eend tegen. Nou en! Kan je zeggen. Maar het was een dooie, uitgesmeerd over de straat. Je kan best denken dat ik een watje ben, een puddinkje, maar ik was er even door van de leg.
Ik ben verre van een vogelaar, alleen hoe vaak kom je nou zo’n grote, inmiddels platte eend tegen midden op je pad.

Tja, wat is nou het verschil tussen een dooie eend en een dooie uitgesmeerde kikker. Of een halve mier om het beeld nog duidelijker neer te zetten. Daar heb ik dan weer veel minder moeite mee.

Even door gedacht en weer ver weg van mijn dode eend, denk ik aan een verhaal van iemand die een werkbezoek had gebracht aan Afrika. Daar zou het zomaar een mens kunnen zijn… De mensen rijden daar, net als ik nu, gewoon door. Met of zonder van de leg zijn, ik weet het niet.
Ik zou ik me toch niet heel erg druk moeten maken om die eend, het is tenslotte maar een eend. Stel je voor dat mijn dode eend een mens zou zijn, dat is pas erg. Toch?

Ik wil natuurlijk geen eenden liefhebbers voor de schenen schoppen, maar kinderen sterven van de honger. In oorlogen worden er mensen bij bosjes neergemaaid. Als ik de televisie aan zet of de krant lees, barst het van de rampen en ellende waar dan ook op de wereld. Eigenlijk belachelijk om, hoe dan ook, iets te vinden van een eend. Zelfs een off-day, mijn verdrietjes, dipjes en kleine zorgen zijn belachelijk.

Heel fijn om te relativeren, al die narigheid.

Maar toch die eend…

Mag ik me dan nooit klote voelen? Nooit eens lekker van me af brullen en enorme medelijden met mezelf hebben? Volgens mij zou ik uit elkaar barsten als dat niet meer kon. Volgens mij is het heel belangrijk om je eigen gevoel heel serieus te nemen. Er even bij stil te staan, er naar te handelen en je te laten helpen en te laten troosten als dat nodig is. Of het nu om een dode eend gaat of iets anders. Je gevoel is écht!

Niemand heeft er iets aan als je rond dobbert in je ellende en uiteindelijk ploft van opgekropte narigheid.

Ook mijn eend niet…